Erick van Egeraat

Erick van Egeraat beyond architecture

Erick van Egeraat is a Dutch architect and author. He heads the architectural practice based in Rotterdam with offices in Moscow, Budapest and Prague.  He is the winner of RIBA Award 2007, Best Building Award 2011 & 2012 and European Property Award 2013.

We leven in het Luxe Tijdperk, en daar bouw ik naar

Thursday, 3 September 2015

Interview by Bart-Jan Brouwer (in Dutch) for LXRY Magazine.

Erick van Egeraat (Amsterdam, 1956) staat bekend om zijn spektakelarchitectuur. Maar die term volstaat slechts ten dele. Een gebouw mag visueel overdonderen, maar comfort is voor hem minstens zo belangrijk. En comfort is nu net waar het in de hedendaagse architectuur aan ontbreekt, aldus de directeur van architectenbureau (designed by) Erick van Egeraat. LXRY zocht hem op in zijn kantoor in Rotterdam.

Wat is het fundament van jouw architectuur?

“Toen ik Bouwkunde in Delft ging studeren, hield me al bezig dat architecten steeds beter, beroemder, bekender worden, maar dat het wel lijkt od de hoeveelheid kilo architectuur per kubieke meter afneemt. Het gaat steeds meer om het idee en het grote gebaar. En dat zie je nog steeds. Als consument stellen we extreem hoge eisen aan alles om ons heen – het is niet acceptabel als je iPhone het even niet doet –, maar we nemen het voor lief wanneer in een gebouw iets fout gaat. De architectuur loopt achter en dat wordt geaccepteerd. Ik doe daar niet aan mee en probeer daar iets aan te veranderen door heel hard te
werken en zo veel mogelijk overal bovenop te zitten. Toen ik in 1980 mijn allereerste projectje bouwde, Jongerenhuisvesting Kruisplein in Rotterdam, liep ik als een van de weinige architecten dagelijks op de bouw om te kijken wat er gebeurde. Daar viel mij de willekeur op waarmee gewerkt wordt. Een installateur pakt een willekeurig balkje of lamp uit de kast en kijkt niet naar het karakter en de kleur van het licht die dat oplevert. Terwijl dat juist belangrijker is dan het armatuur. Dat is een vorm van aandacht die dit vakgebied wel zou moeten hebben. Met moet minder hijgerig projecten maken. Die aandacht – voor kwaliteit, voor comfort – maakt deel uit van mijn fundament.”

Maar aandacht kost geld.

“Mijn opdrachtgevers hebben geen geldprobleem. Als je een erg goede auto koopt, dan is die ook super goed. Daar geeft men graag veel meer voor uit. Maar op de een of andere manier gaat dat voor gebouwen niet op. En al helemaal niet voor onderhoud; dat is nog veel erger. De onderhoudsman pakt een willekeurige deurkruk van de plank en draait die erin. Er zou meer aandacht moeten zijn voor het in stand houden of verbeteren van de kwaliteit die we hebben. Je vindt het toch ook heel normaal dat je iPhone elke dag met een update komt? Zo zou het onderhoud ook moeten zijn. Een niet zo geweldig functionerend schakelaartje vervangen door een mooiere schakelaar. Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik daar heel ver in ga. De meeste klanten geven mij de vrije hand: geld is geen probleem, maar dan moet het ook wel perfect werken. Dat is waar luxe voor mij voor staat: de vrijheid om te kunnen kiezen, maar dan zeker te weten dat wat je kiest, goed is.”

Dingen moeten werken en comfortabel zijn.

“Dat is waarin wij ons onderscheiden in deze fase van de evolutie. We zijn in staat om dingen beter te doen dan voorheen. Het Stenen Tijdperk ligt ver achter ons: we leven in het Luxe Tijdperk, en daar bouw ik naar. Maar de architectuur loopt achter in luxe. Terwijl je juist blij zou moeten zijn dat je vorm kunt geven aan die luxe. Daarmee maak je waarde, en die waarde is veel belangrijker dan geld. Dat is waar het om gaat. Het kan niet duur genoeg zijn. Je kunt niet genoeg geld in iets stoppen, zolang je er maar voor zorgt dat dat ook van waarde is en duurzaam van waarde blijft.”

Een van je eerste eigen opdrachten, in 1992, was de verbouwing en renovatie van de INGbank in Boedapest. Hoe was het om na je tijd bij Mecanoo zelfstandig aan de slag te gaan?

“Eigenlijk heel vanzelfsprekend. Een paar jaar daarvoor was ik bezig geweest met een project in Stuttgart, een exemplarisch woningbouwproject om te laten zien wat groen wonen is. Dat deed ik al min of meer in mijn eentje. Dat beviel mij heel erg goed, omdat ik snel beslissingen kon nemen – ik kon moeilijk elke keer teruggaan naar Nederland om even te overleggen. En omdat de discussies die ik met de opdrachtgever had, heel erg gingen over de materialen, of het wel voldeed. Het ging vooral om het goed functioneren. Dat was belangrijker dan hoe het eruitzag.”

Jij bent toch ook van hoe het eruitziet?

“Natuurlijk, maar niet ten koste van het comfort van het gebruik. De deurkruk die ik bedenk, werkt heel plezierig en voelt goed aan. Niets zo erg als een hoekige en über-gestileerde deurkruk. Daarom heb ik ook heel lang de iPhone 1 gehad, omdat die mooi afgerond was en makkelijk in mijn zak gleed. Ik kijk niet vanuit een puur esthetische blik, ik kijk heel erg naar wat het ding zelf is.”

Click here for more information.